graanpletterij de halm

graanmeester rob van den berg

Zijn ultieme droom is samenwerken met biologische graantelers uit De Maashorst. Die zijn er nu nog niet, maar als het aan Rob van den Berg – mede-eigenaar van graanpletterij Meesters van de Halm – ligt, duurt dat niet lang meer. Tot die tijd werken de graanmeesters met biologische granen van Nederlandse bodem. Het resultaat? Ontbijtgranen waar je met liefde je bed voor uitkomt.Als ik onze graanvlokken en muesli’s in de winkel zie liggen, maakt mijn hart een sprongetje.’ 

Met ‘ons’ bedoelt Rob zijn compagnon René van der Locht en alle graanmeesters van de Halm. Al vijfentwintig jaar zetten ze de filosofie van oprichter en familievriend Harrie van Grinsven voort. Rob: ‘Harrie vond veertig jaar geleden al dat we te ver van de natuur waren geraakt. Daar had hij natuurlijk een punt, want waarom moeten producten massaal bewerkt worden als de basis gewoon goed is? Omdat graan de basis is voor veel voeding, besloot Harrie daar mooie producten van te maken.’ Tijdens zijn studie doet Rob een praktijkopdracht bij het bedrijf dat dan nog Stichting De Halm heet. Rob belandt uiteindelijk in de automatisering, maar als zijn vader begin jaren 90 hoort dat Harrie ermee stopt, besluiten zij samen de sprong te wagen. Rob: ‘Het gedachtegoed van Harrie heeft ons altijd geïnspireerd. Nederlandse granen verweken, samenwerken met organisaties als Brabants Landschap, het biologische aspect. Die eerlijke, lokale en duurzame manier van ondernemen sprak me aan.’ Een paar jaar na de overname stapt compagnon René in. Samen staan de twee aan het roer van de grootste biologische graanpletterij van ons land. En daar zijn ze behoorlijk druk mee. Rob: ‘Binnenkort lanceren we drie nieuwe producten waaronder een suikervrije granola. We proberen onszelf steeds opnieuw uit te vinden. Door nieuwe producten op de markt te brengen bijvoorbeeld, of met een plan waarmee we voor nog minder food waste kunnen zorgen.’ 

de meesters gaan voor het lekkerste van dichtbij

Rob van den Berg over de belangrijkste keuez binnen zijn VAK-man-schap

Biologisch 

Haver, gerst, rogge, tarwe, spelt, mais, rijst, gierst, quinoa en boekweit. De verschillende graansoorten waar de meesters mee werken, worden volledig biologisch geteeld. Dat betekent dat de akkers niet met chemische en synthetische bestrijdingsmiddelen worden bespoten tegen onkruid en ongedierte. Ook kunstmest is uit den boze. Rob: ‘Biologische akkerbouw zorgt voor een veel natuurlijker proces en een rijke flora en fauna op en rond de akker. Klaprozen, wormen, korenbloemen en bijen; er groeit en bloeit van alles. Het liefst halen we al ons graan uit Nederland, maar we zijn oogstafhankelijk dus dat kan niet altijd. Als de oogst tegenvalt, vullen we aan met biologische granen uit de Europese Unie. Maar het merendeel komt van Nederlandse bodem. Zo houden we de food miles beperkt en stimuleren we hier de biologische landbouw. We gaan voor het lekkerste van dichtbij. Dat is misschien wat duurder, maar uiteindelijk wel beter voor de wereld van morgen. En daar gaat het om.’ Om diezelfde reden worden de ontbijtgranen sinds kort verpakt in 100 procent afbreekbare folie. En dat is zelfs in de biologische voedselindustrie uniek. Rob: ‘Hier zijn we jaren mee bezig geweest. Voordat je overstapt, moet je immers wel weten of het werkbaar is. Blijft de houdbaarheid overeind, is het echt milieuvriendelijk en ziet de verpakking er ook nog een beetje aantrekkelijk uit? Uiteindelijk is het de zoektocht meer dan waard geweest. Het voelt goed dat we geen olievoorraden meer aanboren en iets wezenlijks doen tegen de plasticsoep op onze planeet.’ 

Meesters

Zodra het graan geteeld is, gaan de meesters ermee aan de slag. ‘Het hele productieproces hebben we zelf in de hand. Daar gebruiken we een aantal oude en ambachtelijke machines voor. Ook gebruiken we moderne inpakmachines. Van begin tot eind kun je precies zien wat er gebeurt. Om de kwaliteit te waarborgen, is dat ontzettend belangrijk. Bovendien willen we een eerlijk product verkopen. We hebben hier geen geheimen. De deur staat altijd open voor een rondleiding door de fabriek. Iedereen mag komen kijken.’ Eerst wordt het graan gereinigd. Al het onkruid is er dan al uit gezeefd, maar dat is voor de meesters nog niet schoon genoeg. Rob: ‘Alle zaadjes, stro en steentjes moeten eruit. Daarna wordt het graan geplet tot vlokken. Het pletten zorgt ervoor dat de voedingsstoffen die in het graan zitten beter verteerbaar zijn.

de eerlijke, lokale en duurzame manier van ondernemen spreekt me aan

Rob van den Berg spreekt met passie over het vak-MAN-schap achter de Meesters

Na het pletten wordt het graan geroosterd. Heel anders dan bij de massaproductie, waar het graan in plaats van geroosterd vaak gestoomd wordt. Dat stomen gaat ten koste van de smaak. Door de granen te roosteren, behoud je niet alleen de smaak maar ook de bite. Bakkers zeggen dat ze met onze granen betere resultaten boeken. Na de hittebehandeling gaan ze langs de mengmeesters. Zij voegen noten, zaden en fruitsoorten toe en keuren alles op geur, kleur en smaak. Daarna komen de inpakmeesters. Zij hebben het fingerspitzengefühl om goed met de composteerbare folie om te gaan en alles te verpakken. Als alles verpakt is, is het klaar voor de verkoop. Je vindt onze granen onder andere bij EkoPlaza en vele natuurwinkels en speciaalzaken.’ 

Vind het SCHAP

Beloning 

Een schaaltje havermout als ontbijt is iedereen welbekend, maar Rob en René willen havermout terug op het bord brengen. Nog zo’n mooi streven. ‘We verwerken haver voornamelijk tot havermout, maar als je de havergrutten niet plet, kun je het ook perfect als kookgraan gebruiken. Steelcutoatswordt het ook wel genoemd, of op staal gesneden haver. Je maakt er de lekkerste gerechten mee, denk aan sushi, nasi, paella en risotto. En het is ook nog eens heel voedzaam. Steelcut oats zijn al een hele poos op de markt, maar mensen weten nog niet zo goed wat ze ermee moeten. Daar willen wij verandering in brengen. We plaatsen daarom recepten op onze website en social mediakanalen en zoeken de samenwerking met verkooppunten als EkoPlaza. Het zijn namelijk vooral de winkels die het verhaal kunnen vertellen. Dan doen wij de rest. Vakmanschap? Dat is weten hoe je de machines afstelt, hoe een product het best verpakt kan worden en een noot gebruiken die écht mooi is. Kennis van zaken hebben en alles in eigen beheer doen, dát is vakmanschap. De beloning? Je eigen product in het schap zien liggen. Mensen die het kopen en het heerlijk vinden. Dat blijft bijzonder. Het betekent dat je niet de enige bent die in je product gelooft.’